1 | O zalig heilig Bethlehem

1 | O zalig heilig Bethlehem

Op de eerste plaats van deze Top 40 staat de meest geliefde melodie uit de vroegmoderne tijd, die tot 1750 maar liefst 379 keer is gebruikt om er nieuwe liederen op te schrijven. Onze bron voor melodie én tekst is de belangrijkste rooms-katholieke liederenbundel met muzieknotaties van de Zuidelijke Nederlanden, Het Prieel der Gheestelicker Melodiie, Inhoudende veel schoone Leysenen, ende Gheestelijcke Liedekens van diveersche devote materien in de herdruk van 1617. De samensteller was Jean de Tollenaere ofwel Joannes Tollenarius (1582-1643), een Brugse Jezuïet die voor zichzelf als taak zag de wereldlijke liedjes van zijn tijd te vergeestelijken. Hij schreef alleen of met anderen samen (hij spreekt van ‘wy’) nieuwe teksten op de tophits van zijn tijd. In zijn voorrede tot de Brugse jeugd roept hij de jongeren op om ‘de vuyle ende amoureuse, lichtveerdige Liedekens in’t vier’ te werpen. De deugdelijke liedjes die ervoor in de plaats zijn gekomen ‘sult ghy mogen singhen smorghens vroech, s’avents late, op strate, ende in huyse, inde schole, op u werck, buyten te velde, reysende, wandelende. Ja oock in de kercke’. Zo zullen de jonge Bruggelingen van hun stad ‘een Hemels Hierusalem’ maken (Het Prieel 1617, fol. *5r-v.).

We vinden de melodie ook in een Franse bloemlezing van luitliederen uitgegeven door Gabriel Bataille (1606), als de air de cour ‘Ayant aymé fidellement Un amant qui m’est infidelle’, een liefdesliedje van een minnares die boos is op haar ontrouwe minnaar. Toch gebruikt Tollenarius als wijsaanduiding ‘Hierusalem die schoone stadt’, dat eveneens een contrafact was op deze air de cour. Het is leuk dat in de liedtekst echter niet Jeruzalem, maar Bethlehem centraal staat. Het stadje wordt boven Jeruzalem vereerd en is groter en rijker, omdat Jezus daar is geboren. 

Het kerstlied O zalig heilig Bethlehem mag dan van oorsprong rooms-katholiek zijn geweest, vanaf de jaren dertig van de zeventiende eeuw treffen we het ook in protestantse bundels aan, tot in het Liedboek der Kerken van 1973. Door de eeuwen heen zijn melodie en tekst zeer geliefd gebleven en zijn er vele contrafacten op geschreven - de meeste geestelijk en een enkele wereldlijk.

3. Verheucht u dan o Israel,
Hoe mocht m’u blijder bootschap bringhen?
Tot u soo komt Emanuel,
Wilt uyt der sonden slaep ontspringhen:
Wilt uyt, etc.

4. O Koninck Christe, Prince groot,
Hoe wort ghy hier aldus ghevonden?
In hoy, in stroo, in sulcken noot,
In aerme doecxkens teer ghewonden.
In hoy, etc.

5. Ghy hebt het firmament ghemaeckt,
Al waer u loven s’hemels gheesten:
Maer nu gheheel bloot ende naeckt
Light ghy int middel vande beesten.
Maer, etc.

6. Ghy wort gheboren in een stal,
Niemant bekent inden nacht stille:
Maer d’Enghels singhen over all
Peys met den mensch van goeden wille.
Maer, etc.

7. O machtich Godt, o Jesu soet,
Wat liefd’ heeft u daer toe ghetrocken?
Dat ghy aenneemt ons vleesch en bloet
Om ons tot u alsoo te locken.
Dat, etc.

8. Komt tot dit kint ghy Adams kint,
Hoe kont ghy noch de werelt minnen?
Siet hoe Jesus hem met u bint,
Offert hem heel u hert en sinnen.
Siet, etc.

begrijp omtrek
aldereelste vat (dit is beeldspraak met de betekenis:
ten zeerste uitverkoren; vgl. Romeinen 9:21)
d’Engels de engelen
Peys met vrede voor
ghy Adams kint u, mens
hem zich

Melodie en tekst uit: Joannes Tollenarius, Het Prieel Der Gheestelicker Melodiie, Inhoudende veel schoone Leysenen ende Geestelijke Liedekens van diueersche deuote materien, ende op de principale Hoochtijden des Jaers dienende etc. Van nieuvvs ouer-sien vermeerdert ende verbetert in veel plaetsen. Antwerpen: Hieronymus Verdussen, 1617, pp. 64-65.
Scan via Google Books

0
    0
    Uw winkelmandje
    Uw winkelmandje is leegNaar de winkel