10a | Lofzang van Maria

10a | Lofzang van Maria

Deze melodie gebruikt slechts twee notenwaarden en is sober, eenvoudig en toch prachtig. Ooit, in Straatsburg, waar het begin ligt van het Geneefse psalter, was het de wijs van Psalm 3. Maar in 1566 duikt de melodie op in Petrus Datheens Psalmen Davids voor de Lofzang van Maria.

Deze geliefde lofzang, waarvan melodie en tekst eeuwenlang vrijwel onveranderd zijn gebleven, behoort tot de categorie ‘cantica’: liederen afkomstig uit andere bijbelboeken dan de Psalmen. Het is het lied dat Maria zingt in Lucas 1, wanneer zij haar nicht Elisabeth opzoekt nadat zij gehoord heeft dat zij beiden in verwachting zijn. In de tekst, die grotendeels bestaat uit fragmenten uit het Oude Testament, dankt en looft Maria God voor hetgeen haar overkomen is: ‘Alle gheslaghten’ zullen haar ‘ghelucksaligh achten’

hem zich
vry zeker
die stoute de hoogmoedigen
haers herten raet de plannen van hun hart
hares (naar latere drukken; deze bron heeft haers)
niet niets
stout overmoedig
versaedt verzadigt
Israel Sijn Soon’ zijn volk Israel (vlgs. Exodus 4,23)
So zoals

Tekst en melodie uit: Petrus Dathenus, Alle de Psalmen Dauids. Ende andere Lofsanghen wt den Fransoyschen dichte int Nederduytsch ouerghesett. De welcke men voortaen inde Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal. (z.pl. 1566), fol. Zvi r.-Zvij v., https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ (pdf pp. 573-575)

Bladmuziek

Tekst

3. Heyligh is zyne naem,
End sijn goetheit bequaem
Sal eewighlick beclyven,
Van kindts kindren voort aen,
Voor hen die recht wel gaen,
End in Gods vreese blyven.

4. Een schoon en heerlick werck,
Doer zynen aerm seer sterck,
Heeft ghedaen God almachtigh:
Hy heeft die stoute quaet,
En hares herten raet,
Tot niet ghemaeckt seer crachtigh.

5. Die stout sijn in hooghmoet,
Vol van eer en van goet,
Heeft God neder ghedreven.
En die aerm sijn end clein,
Heeft sijn goetheit allein,
Seer heerlick nu verheven.

6. Die aerm sijn na den gheest,
Den welcken honghert meest,
Versaedt die Heer ghepresen:
Die rijck zijn, vol end groot,
Heeft hy ledigh en bloot
Van hem vry afghewesen.

7. Hy verheft Israel
Sijn Soon’, en ghedenckt wel
Aen sijn groote ghenade:
So hy heeft Abraham
En tvolck dat nae hem quam,
Toegheseyt vroegh en spade.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten