11 | Fortuin helaas

11 | Fortuin helaas

In de Nederlandse Liederenbank vinden we maar liefst 275 liederen die op deze mooie, rustige melodie zijn geschreven. In diverse luitbewerkingen wordt de melodie omspeeld, bijvoorbeeld in het handschrift Thysius (‘Almande Fortuijne helas porquoij’) en in Emanuel Adriaenssens Pratum musicum (‘Almande fortune helas’). Enkele versieringen daaruit vinden we terug in onze bron, Het prieel der gheestelicker melodiie (1620) van de pater Jezuïet Jan de Tollenaere ofwel Tollenarius (1582-1643).

Het prieel is de belangrijkste rooms-katholieke liederenbundel in de Zuidelijke Nederlanden. Hierin zijn talloze teksten van oude ‘vlaemsche liedekens’ vervangen door nieuwe, geestelijke liedjes, zoals in het geval van ‘Fortune helas pourquoy’, dat een loflied op Maria is geworden. Wij draaien het contra-reformatorische proces hier terug, door op de door Tollenarius bewaarde melodie weer de oorspronkelijke, ‘ongestichtelijce’ tekst te zetten.

koene vol vertrouwen
Die tot desen meye scrijt wie deze meiboom, nl. Christus, in tranen aanroept
Sijn nl. van Christus
moet al moet(‘t) al, moet alles
Christo aan Christus
Pays vrede aan
bespoeyt besproeit
slaeft zwaar werk doet
iock juk
ghebloeyet rijs bloeiende tak
beeten kauwen
wilt wil het
vrame geluk
niet om verwinnen onoverwinnelijk
versoecken om hulp vragen
ontploken uitgespreid (van takken)
ontloken geopend (van armen)

Tekst en melodie uit: Een devoot ende Profitelyck Boecxken, inhoudende veel gestelijcke Liedekens ende Leysenen, diemen to deser tijt toe heeft connen ghevinden in prente oft in gescrifte (Antwerpen: Simon Cock, 1539), fol. 83r.-84r. https://www.dbnl.org/arch/_dev001dfsc01_01/pag/_dev001dfsc01_01.pdf (pdf p. 93-94)

Bladmuziek

Tekst

3. Aensiet, schoon lief expaert,
Mijn lijden en groot ghequel,
Dus toont der Vrouwen aert
En weest mijn niet rebel.
Want ick nu anders gheen
Reyn roosken excellent
Dan u int herte meen,
Eerlijck en pertinent.

4. Die eet, drinkt noch en rust
Om u, reyn Maechdelijn soet,
Zijn lijden, liefken, blust,
Troost hem al metter spoet.
Laet hem sijn u dienaer,
Reyn roosken delicaet,
Accoort met u lief eenpaer,
Troost hem eer’t valt te laet.

5. Rustich, lief van ghemoet
Zyt ghy, certeyn tis waer!
U woordekens zeer soet
Zy clincken als een snaer.
Ghy zijt zeer fraey van ghanck,
Lief, u corale mont
En u welluydende sanck
Heeft mijn jong hert duerwont.

6. Ick sorch, schoon liefste greyn,
Dat ick doe verloren pijn.
Ghy zijt mijn lief alleyn,
Troost mijn, eer ick verdwijn,
Al door u soet aenschijn.
Het is in uwer macht,L
aet mijn u dienaer zijn
Eer mijn die dood versmacht.

7. Och waert ghy toch eens vroet,
Want ick om u, Liefden jent,
Groot pijne lijden moet
In desen tijt present.
Ghy staet int hert gheprent,
Neemt mijn in u behoet,
Mijn liefden is God bekent,
Op u rust zin en moet.

8. Adieu, reyn maechdelyn saet,
Adieu Princesse fier,
Ick sterf dezolaet
In sware dangier,
dat door u felle bestier.
Lief, door u soete praet
Blust in mijn Venus-vier
En comt mijn, lief, te baet.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten