15 | Den tijt is hier

15 | Den tijt is hier

Deze vrolijke melodie is afkomstig van het droevige lied ‘Tribulatie en verdriet, wat moet mijn hart al lijden’, waarin een minnaar klaagt dat hij ‘onghetroost’ blijft door zijn geliefde, doordat ‘quade tongen’ in de weg staan. Dit rederijkerslied staat o.a. in het Antwerps Liedboek (1544) en het Aemstelredams, Amoreus lietboeck (1589). De eerste regel van ‘Tribulatie ende verdriet’ komt een aantal keer voor als wijsaanduiding bij zestiende-eeuwse schriftuurlijke liedjes, maar met name onze tekst, het meilied ‘Den tijt is hier’, zorgde voor de grote populariteit van de melodie.

Meiliederen zijn een aparte categorie liefdesliederen, waarin de meiboom wordt geplant en meitakken worden aangeboden aan geliefden. Dat gebeurt in dit lied, afkomstig uit een rederijkerskamer; dit kunnen we zien aan de laatste ‘prince’-strofe, gericht tot het hoofd van de kamer. Het gaat hier om De Catharinisten uit Aalst, wat blijkt uit de zinspreuk ‘Liefde verwint’ (Amor vincit), die in de slotregel is verwerkt.

in elck quartier overal
Die Mey de meiboom
dangier gevaar
des nijders tongen quaet de kwaadsprekerij van de slechteriken
benijden seer haten (ons) zozeer
bezijden eer eerloos
al allemaal
Dies daarom
vast lijt inden bant stevig geboeid liggen
den voor de
Pyramus (…) vroet dan die Pyramus listig aan Thisbe overbracht
duer griefde doet zichzelf deed doorsteken
hyse hij haar
den Mey de meitak
selfs in persone in eigen persoon
Oft zy ydone schiep inden Mey behagen Als zij behagen zou scheppen in het krijgen van de meitak
in swaerder muyten lach die gekooid was
vaer angst
Vielen waren
slecht oprecht
oorboren genieten
consten claer edele kunsten
neemt neemt aan
te voren hier tot u
Artisten benaming voor rederijkers en schilders? [in de bron staat Crtisten]

Tekst uit: Aemstelredams, Amoreus lietboeck, nu nieus uutgegaen waer in begrepen zijn alderhande Liedekens, die in geen ander Lietboecken en staen, meest al met zijn voys oft wijse daer bi gestelt om alle droef heyt, melancolie te verdrijven (Amsterdam: Harmen Jansz Muller, 1589), pp. 30-31. http://www.dbnl.org/tekst/_aem001aems01_01/_aem001aems01_01_scans.pdf (pdf pp. 29-30)
Melodie uit: Jan Fruytiers, Ecclesiasticus oft de wijse sproken Iesu des soons Syrach: Nu eerstmael deurdeelt ende ghestelt in Liedekens op bequame en ghemeyne voisen, naer wtwijsen der musijck-note daer by ghevoecht (Antwerpen: Willem Silvius, 1565), p.82 https://books.google.nl/books?id=b95NAAAAcAAJ (pdf p. 91)

Bladmuziek

Tekst

3. Hier woont die schone,
Laet ons den Mey hier draghen,
Selfs in persone,
Als minnaers toebehoort.
Oft zy ydone
schiep inden Mey behagen,
Veel vruechts ten lone
Krijghen wy deur haer woort.
Want haer zoete sprake
Die ghaf ons nu confoort,
Als zy te ontsluyten plach
Den gheest in swaerder muyten lach,
Daermen uyt spruyten sach
Reyn liefde met soet accoort.

4. Prince eerbaer,
Liefde bracht ons te voren,
Dies wy sonder vaer
Vielen dus slecht ghesint,
Om dat alle Jaer
Den Mey doet vruecht oorboren,
Metter consten claer,
Met hem diese bemint.
So hebben wy duer desen
Gheweest der consten vrient.
Sonder argelisten, vry,
So zijn wy Catharinisten bly.
Danckelick neemt Artisten ghy
Van ons: liefste verwint.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten