16 | Psalm 8

16 | Psalm 8

Een opgewekte melodie uit het Geneefse Psalter van 1562, de berijming in het Frans van de 150 Psalmen van David uit de Bijbel, die in de kringen rond Calvijn werd gemaakt om de kerk van de Reformatie te voorzien van liederen om in de eredienst te zingen. De melodie was zo geliefd, dat er in de vroegmoderne tijd niet alleen verschillende psalmberijmingen zoals die van Petrus Datheen op zijn geschreven, maar ook talloze stichtelijke liederen.

Wij hebben gekozen voor de berijming door de Antwerpse dichter Jan van der Noot uit zijn beroemde renaissancebundel Het Bosken, gepubliceerd in 1570 te Londen, waar hij naartoe was gevlucht door toedoen van Alva. Psalm 8 is een lofzang op Gods prachtige schepping van de mens.

goedertieren barmhartig
blaemt minacht
van den mensche met die mens
sonder blame waarlijk
niet en feelt dan niets ontbreekt dan (behalve)
bequame (stoplap: met gemak, op gepaste wijze)
ghelaeft verkwikt
al sonder t’uytnemen iet alles zonder uitzondering
Hem onderdaen aan de mens onderdanig
huyen huiden
Heer ghestelt als heerser aangesteld
kenlyck kenbaar

Tekst uit: Jan van der Noot, Het bosken. Inhoudende verscheyden poëtixe wercken [Londen: Henry Bynneman, 1570]. fol. K8v. – L1v. https://books.google.nl/books?id=vypKAAAAcAAJ (pdf pp.138-139)
Melodie uit: Petrus Dathenus, Alle de Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett, De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), fol. A11v.-A12v.https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ (pdf pp. 56-57)

Bladmuziek

Tekst

3. Maer als ick dan sien wil en overmercken
De Hemelen, Godt, uwer handen wercken:
Mane, Sterren, die ghy al deur u woort
Gheschapen hebt en ghestelt op heur oort:

4. Als dan spreeck’ ick by my verwondert seere:
Ay, wat ist toch van den mensche, o Heere!
Dat ghy alsoo synder ghedachtich syt
Ende voor hem sorghe draecht t’alder tyt?

5. Ghy hebt hem soo ghemaekt dat sonder blame
Hem niet en feelt dan Godt te syn bequame:
Want ghy hebt hem met glorien ghelaeft,
Met goet vervult, en met eeren begaeft.

6. Ghy doet hem oock hebben de heerschapye
Over het werck uwer hant t’allen tye:
Ghy hebbet al sonder t’uytnemen iet
Hem onderdaen ghemaeckt alsoo men siet.

7. Ossen, schapen, haer wolle en heur huyen,
Die ghy al voeyt o Heer met gruene cruyen:
Voorts hebt ghy hem overal Heer ghestelt
Van dat den cost sueckt in bos, berch en velt.

8. De voghelkens die vlieghen ende singhen,
De vissen oock die deur de baren dringhen,
Die ghy alle wesen en adem gheeft,
Onderworpt ghy hem, ja, en al dat leeft.

9. O onse Godt en Heere goedertieren,
Hoe is met recht groot in alder manieren
De heerlycheyt uws Naems int aertsche dal,
Die uwen lof kenlyck maeckt over al!

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten