25 | Schoon lief wil my troost geven

25 | Schoon lief wil my troost geven

Deze veel gebruikte, vlotte melodie heeft vele namen. In het Thysius-handschrift heet ze ‘Allemande la Isappelle’ en ‘C’est pour vous madame’ in de luitbewerking door Adriaenssen (1600). We kennen geen lied waar de Nederlandse melodie-aanduiding (‘Schoon lief…’) naar verwijst. Bredero heeft de melodie diverse keren gebruikt. Hij was dus nogal melodievast, misschien omdat hij niet zoveel melodieën tegelijk kon onthouden? De tekst uit De groote bron der Minnen (1622) is een van Bredero’s beroemde Margriet-gedichten.

De ik-figuur raakt direct bij het kennismaken met een jonge vrouw onder de indruk van haar intelligentie, schoonheid, welbespraaktheid, belezenheid, scherpzinnigheid en goede inzicht. Voor hem is zij zo mooi als Venus en zo wijs als Pallas Athene (Minerva). Zij moet wel Margriet – parel – heten.

brosche vurige
mannelijcke Maaght intelligente jonge vrouw
uytghenomen bijzonder
Als…comen Als je nooit meer zal zien
eerst meteen
verdoorde van de wijs bracht
het deftich prysen het vormelijk kennismaken
cunstich cloeck verclaaren volgens de etiquette netjes kennismaken
schoonheyts crachtelheden krachten van haar schoonheid
reden verstand
onverlemder reen krachtiger taal
Gheknurrift hakkelend
grijs en grauw’ rijp
Bloem essentie
merrich merg, kern
doorsichtich scherpzinnig
spreecken spreken over
beleydt gevolg
bescheydenheyt goede inzicht

Tekst uit: G.A. Brederode, De groote bron der Minnen (Amsterdam: Cornelis Lodewijksz van der Plassen, 1622), p. 39-40 http://www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Renaissance/Facsimiles/BrederoLiedboeck1622b/source/BrederoLiedboeck1622b039.htm
Melodie uit: Joannes Tollenarius, Het prieel der gheestelicker melodiie, inhoudende veel schoone leysenen, ende geestelijke liedekens van diveersche devote materien, ende op de principale hoochtijden des jaers dienende etc. Van nieuws over-sien vermeerdert ende verbetert in veel plaetsen (Antwerpen: Hieronymus Verdussen, 1617), p. 129-130  https://books.google.nl/books?id=sDcUAAAAQAAJ

Bladmuziek

Tekst

3. Want ’t cunstich cloeck verclaaren
Deed’ mijn ghedachten staaren
Op haar volmaackte jeucht
En schoonheyts crachtelheden,
Versiert met rijcke reden,
Vol onvolpresen deught.

4. ’t Is wonder! boven wonder!
Ick hoorde noyt gesonder,
Noch onverlemder reen,
Gheknurrift noch ghebroocken,
Maar gheestich, glat ghesproocken,
Met alle voeg’lijckheen.

5. In ’t onderscheyt der dinghen
Soo blinckt sy sonderlinghen
Als punt van Dyamant.
Natuur had lust te baeren
In groene jonghe Jaeren
Een grijs en grauw’ verstant.

6. Haar Ziele die kan siften
De Bloem uyt de gheschriften,
Die sy andachtich leest;
Met gauw en goet opmercken
Pickt sy uyt schoone wercken
Het merrich en de Gheest.

7. Haar oordeel is doorsichtich!
Dat wickt en weeght, hoe wichtich
De eyghenschappen syn
Van uytghelesen kunsten,
Van veynsery en gunsten,
Van wesen en van schyn.

8. Oock weet sy wel te spreecken
De deughden, de ghebreecken,
Het goed en quaad beleydt
Van alderhande daden;
Ick can my niet versaaden
Van haar bescheydenheyt.

9. Maar hoe sal ick haar noemen,
De Moeder van mijn roemen?
’t Is Juno; neen t’is niet,
’t Is Venus aan haar wesen,
Of Pallas is verresen
In schijn van Margriet.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten