29 | Psalm 23

29 | Psalm 23

De melodie van psalm 23, geliefd en bekend door het ‘Goede Herder thema’, is ontstaan in de beginperiode van de Reformatie te Straatsburg en in druk verschenen vanaf 1543. Het is een van de oudste psalmmelodieën in het Geneefse Psalter. De tekst is een fel anti-katholiek nieuwjaarsliedje uit het begin van de Opstand, ondertekend met ‘Castijt sonder verwijt’ in het beroemde Een nieu Geusen Lieden Boecxken, waarin ook het Wilhelmus voorkomt.

De dichter die verscholen gaat achter het devies is de rederijker en schoolmeester Pieter Sterlincx (Antwerpen ca. 1545 – Den Haag ca. 1636), die als protestant vaak op de vlucht is geweest. Hij richt zich tot de ‘vrienden’ die ‘van Godt uytvercooren’ zijn en waarschuwt de ‘Tyrannen groot van machten’.

claren machtige
loeft looft
merckelicken duidelijk
Antechrist val val van de Antichrist
Die eertijden Zij die voorheen
Waect op nu vry Pas maar op
die Hoere de hoer (zie Openbaring 17, in de reformatie vaak vereenzelvigd met de rooms-katholieke kerk)
den Moordenaer de moordenaar naast Christus aan het kruis die zich bekeerd heeft (Lucas 23: 42-43)
ghevare onheil; hier wordt het beeld opgeroepen van het Laatste Oordeel
Castijt sonder verwijt Devies van Pieter Sterlincx

Tekst uit: Een nieu Geusen Lieden Boecxken, Waerin begrepen is, den gantschen Handel der Nederlantscher gheschiedenissen, dees voorleden Jaeren tot noch toe ghedragen, eensdeels onder wylen in Druck uutghegaen, eensdeels nu nieu by-ghevoecht. Nu nieulick vermeerdert ende verbetert. Vive Dieu, La Santé du Roy, & la Prospérité des Geus ([z.pl.] 1581), fol. 72r.   https://archive.org/details/ned-kbn-all-00000656-001 (pdf p. 146-147)
Melodie uit: Petrus Dathenus, De Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett, De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), Psalm XXIII, fol. D1v-D2r. https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ

Bladmuziek

Tekst

3. Die eertijden sochten der Christen valle
En soopen het bloet van den vromen alle
Wetten nu haer messen om te doen sterven
Die gheene die ons eerst wilden verderven;
Dies sy vallen in haer sweerden eenpare.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

4. Waect op nu vry, Tyrannen groot van machten,
Want door Godts hant moet ghy lieden versmachten.
Uwen val die compt seer haest voort ghecroepen.
Dies wy nu tsamen eendrachtich roepen:
‘Sy is gevallen die Hoere voorware’.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

5. Smaet ende schant, u Coningen der aerden,
Moet ghy ontfaen met grooter waerden
Hebben eylaes ghesopen het bloet crachtich
Vande dienaers des grooten Godts almachtich
Want sy roepen wraecke onder den outare,
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

6. Oft wilt u metten Moordenaer bekeeren,
So sal onsen Godt een Heer den Heeren
U gratie doen als die met groot verlanghen
Bereyt is om u blijdelijck t’ontfangen,
So ons Johannes leert voor een blijde mare.
Dus loeft Godt al in desen nieuwe Jare.

7. En ghy vrienden nu van Godt uytvercooren,
Volhert toch in deucht op dat synen toorn
Ons niet en besoecke, so hy, ghepresen,
Dees voorleden Jaren aen ons heeft bewesen,
Oft u worde ghebracht tot een cleyne schare.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

8. Princelijcke Godt wilt met u ghenade
Sijn ontrent u kinders vroech en spade,
Oft anders moeten sy als caf verdwijnen
En eylaes droevich voor u verschijnen,
Daer veel sullen scheyden met grooten ghevare,
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten