32a | Het vinnige stralen van de zon

32a | Het vinnige stralen van de zon

Deze melodie is bekend geworden door het lied dat Pieter Cornelisz. Hooft erop schreef als opening van zijn spel Granida (1605). Hier, in de uitgave in de Emblemata amatoria van 1611, heet deze nog ‘Het soud’ een Maysjen ter hayde gaen’, maar bij latere uitgaven volstond ‘Alst begint’.

De levendige melodie heeft iets ondeugends, zoekends, wijfelends, je kunt de vraagtekens als het ware horen. In de liedtekst van Hooft wordt de herderin Dorilea achtervolgd door de herder Daifilo in de hoop haar liefde te verwerven. Dorilea twijfelt of ze zich zal verstoppen. Herders zijn immers onbetrouwbaar, maar deze is misschien oprecht. Zal ze het wagen?

klappen praten
haar minnen hun verliefdheden (van de herders)
t’hans heel snel
of ’t u miste stel dat je je vergiste (in zijn trouw)!
of […] von maar als ik nou merkte dat hij lichtzinnig was
boelagie vrijerij

Tekst uit: P.C. Hooft, Emblemata amatoria, 1611, p. 88. https://www.dbnl.org/arch/hoof001embl02_01/pag/hoof001embl02_01.pdf (pdf p.88)
Melodie uit: AMSTERDAMSCHE PEGASUS Waer in (uyt lust) by een vergadert zijn veel Minnelijcke […] Amsterdam: C.W. Blaeu-laken, 1627, p. 137. https://objects.library.uu.nl/reader/index.php?obj=1874-34176

Bladmuziek

Tekst

3. Doen ick u eerst begon te Minnen
Doen waert gy maer een knopjen groen,
’t Welck door de Son eerst sou beginnen
Zijn Purper Bladeren op te doen
En dat ontsloot // Meer Groen als Root;
’t Was my een vreught als ick’t somwijl aensagh
Hoe een rijp hart in haren boesem lach.

4. Nu is u Roosken al ontloken,
Den Haeghschen Tuyn tot een cieraet,
Den Hemel milt heeft u begoten
Met deught en schoonheyt delicaet:
Het schoon ontluyckt // is tijt gepluckt,
Maer wat baet my dat gy in schoonheyt Bloeyt?
Met u, schoon Lief, is mijn Ionck hart vermoeyt.

5. Ick heb ghewacht na u ontluycken,
Niet sonder diepe hoope swaer
Om u Roosken noch eens te plucken;
De tijdt viel my wel duysent Iaer.
Maer nu u blaen // meest zijn ontdaen,
Nu het alleen aen u goetheyt ghebreeckt,
Voel ic hoe schaerp dat uwen doren steeckt.

6. Voorwaer ick vind my heel bedrogen
Doen ick u aenschijn klaer aensagh,
En met schaemroot wert ick doortogen
Doen ghy my saeght heel onverdacht:
Ick dacht wist gy // wat dat ic ly,
Ic dacht dat gy ’t wel uyt men voorhooft saegt
Hoe mijn jonc hart u altijt liefde draegt.

7. Adieu Princes, ick hoop te sterven
In mijne Ieught, noch vars bedout.
Dat waer de doodt te mogen erven:
De vreughde die ghy mijn onthout.
Als ick ben doot // door liefde groot,
Als ick ben doot, so denckt in uwen sin,
Of ick’t verdien om dat ick u bemin.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten