37a | Psalm 6

37a | Psalm 6

De dichter Filips van Marnix, Heer van St. Aldegonde (1540-1598), berijmde alle 150 psalmen in het Nederlands vanuit de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst ‘op de ghewoonlijcke Francoische wyse’, dus op de melodieën van het Geneefse psalter van 1562. Het Boeck der Psalmen Davids werd in 1580 uitgegeven door Gillis vanden Rade, eigenaar van een bloeiende boekdrukkerij in Antwerpen, waar hij protestantse propaganda drukte, onder andere voor Willem van Oranje.

In de tekst van psalm 6 horen we koning David op een moment waarop hij in doodsangst verkeert. Hij lijdt zowel lichamelijk als geestelijk ondragelijke pijn. Vanaf zijn ziekbed dat nat is van zijn tranen, smeekt hij de Heer om verlossing van de druk die hij ervaart.

koetse bed
leken lekken
sterrooghen turen (onderwerp = d’oog)
moed’ moeizaam
opghespeert opengesperd
stracx snel

Tekst uit: Philips van Marnix, Het Boeck der psalmen Dauids. Wt de Hebreische Spraecke in Nederduytschen dichte, op de ghewoonlijcke Francoische wyse overghesett (Antwerpen, Gillis vanden Rade, 1580), fol. A6r. https://www.dbnl.org/tekst/marn001boec01_01/marn001boec01_01_scans.pdf (pdf p.27).

Melodie uit: Petrus Dathenus, De Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett, De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), Psalm VI. https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ

Bladmuziek

Tekst

3. Mijn siel is my benouwet,
Mijn hert’ is schier verflouwet
Van ancxt tot inden doot.
My is vervaerlijck banghe,
Maer du, o Heer, hoe langhe
Verlaetstu my in noot?

4. Wil dy tot mijnwaerts wenden
End’ mijn siel vol ellenden
Verlossen uyt dees’ pijn.
Behoud my, slae my gade
End’ wil om dijn ghenade
Mijn salichmaker syn.

5. Dewijl’ van dy gheen melding
In ‘s doodes overwelding
Doch nymmermeer gheschiet,
Wien soud’ m’oock connen noemen
Die dynen lof mocht roemen
Sijnd’ onder ‘s doots ghebiet?

6. Mijn treuren doet my smachten,
Dies my t’bedd’ alle nachten
Swemt in een tranen badt.
Met weenen onbesweken
Doe ick mijn koetse leken
End’ maeckse gheheel nat.

7. D’oog is my van te treuren
End’ schreyen t’elcke euren
By nae gantz uytgheteert,
End’ van steed’s te sterrooghen   
Op mijns verdruckers pooghen
Is heel moed’ opghespeert.

8. Laet van my stracx vertrecken,
Al die haer handt uytstrecken
Om boosheyt te begaen.
Dewyle Godt almachtich
Mijns weenens stemme clachtich
Beghint te hooren aen.

9. De Heer verhoort mijn claghen,
End’ laet hem wel behaghen
Mijn hertelijck ghebet.
Mijn smeecken seer ootmoedich
Ontfangt de Heere goedich
End’ ernstich daer op lett.

10. Dies sullen die my haten
Beschaemt zijn uyter maten
End’ staen in grooten schrick.
Sy sullen wederkeeren
Met schand’ end’ met oneeren,
Stracx op een ooghenblick.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten