3a | Psalm 24

3a | Psalm 24

Kenmerkend voor deze prachtige melodie uit het Geneefse psalter is de kwintsprong aan het begin (van de eerste naar de vijfde toon), waarna de wijs via een terts terugstroomt naar de grondtoon. Het ritme vloeit mooi, zodat de teksten die erop geschreven worden ook fraai kunnen bewegen.

Vanuit Genève kwamen de melodieën naar de Nederlandse protestanten via de verschillende berijmingen, waaronder die van de dichter en theoloog Petrus Datheen, die de teksten uit het Frans vertaalde. De melodie ‘rijmde’ kennelijk zo lekker, dat de reformatorische dichter Jan Utenhove er zelfs verschillende psalmberijmingen op schreef, ook van andere psalmen dan 24. ‘Datheen’ is heel lang gezongen door de Nederlandse protestanten, ondanks dat de dichter niet zo muzikaal heeft berijmd. Zo begint de tweede strofe met ‘Sy-nen berg’: hier veroorzaakt de kwintsprong een accent op ‘-nen’.

Volgens de introductie bij deze psalmberijming gaat het hier om een lied van David dat gezongen moest worden wanneer de Israëlieten de Ark van het Verbond naar de tempel zouden dragen, vanaf de voet van de berg (Zion). De poorten van de stad (Jeruzalem) worden aangespoord om de boog hoger te maken. Er komt namelijk een koning aan die oppermachtig is. Door de nadruk op deze grote koning is de tekst door de vroege protestanten geïnterpreteerd als een aankondiging van Christus, die bij de mens op aarde zal komen.

begrijpt omvat
naer dichtbij
tgheslachte het soort mens
niet en is om vermeeren niet vergroot kan worden
Godt der heercrachten (erenaam voor God; ‘heercracht’ is legermacht)

Tekst en melodie uit: Petrus Dathenus, Alle de Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett. De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), fol. D2v.- D3r. https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ (pdf pp. 109-110)

Bladmuziek

Tekst

3. Die mensche sal zeghen ontfaen,
God sal hem ooc wel gade slaen,
End doer zijn goedicheit bevryden.
Zulck is tgheslachte taller tijt,
Dat God zoekt met herten verblijt,
O God Jacobs, aen allen zyden.

4. Verhooght u, groote poorten nu,
Eewighe deuren verheft u,
Dat inga den Koningh vol eeren,
Wie is die Koningh so geacht?
Tis God d’overwinner met kracht,
Wiens macht niet en is om vermeeren.

5. Verhooght u, groote poorten nu,
Eewighe deuren verheft u,
Dat ingae den Koningh vol eeren,
Wie is die Koningh so geacht?
Tis Godt der heercrachten vol macht,
Die groot is, ja, een Heer der Heeren.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten