9 | Engelse fortuin

9 | Engelse fortuin

Deze gedragen melodie, waarvan de oorsprong onbekend is, zal niet geschreven zijn vanuit een gunstige ‘fortuin’; het droevige karakter ervan heeft ervoor gezorgd dat ze in de Nederlanden met name voor lamentaties en andere verdrietige teksten is gebruikt. De eerste contrafacten duiken op in liedboeken rond 1600, en tot in de achttiende eeuw is de melodie veelvuldig gebruikt.

Ze is ook de inspiratiebron geweest voor de Zeeuwse dichter en componist Adriaen Valerius, die er een klaagzang op schreef over de moord op prins Willem van Oranje in 1584. ‘Stort tranen uyt’ is een van de propagandaliederen in de Nederlandtsche gedenck-clanck (1626), waarin Valerius de geschiedenis van de Nederlandse Opstand beschrijft vanuit het perspectief van de onderdrukte landgenoten, die erg geleden hebben onder de tyrannie van de Spanjaarden. Melodie en tekst vormen een perfecte eenheid: je hoort als het ware de roffel van de doodstrom weerklinken.

gesoord gespuis
Als Toen
Maraen Spanjaard
hem zich
opgeset ingezet
d’wyl nu
spruyten nakomelingen
haest weldra

Tekst en melodie uit: Adrianus Valerius, Neder-landtsche Gedenck-Clanck. Kortelick openbarende de voornaemste geschiedenissen van de seventhien Neder-Landsche Provintien, ‘tsedert den aenvang der Inlandsche beroerten ende troublen, tot den Jare 1625 (Haarlem: [z.n.], 1626), p.132 https://books.google.nl/books?id=wxxKAAAAcAAJ&hl=nl (pdf p. 147)

 

Bladmuziek

Tekst

3. Heyligh is zyne naem,
End sijn goetheit bequaem
Sal eewighlick beclyven,
Van kindts kindren voort aen,
Voor hen die recht wel gaen,
End in Gods vreese blyven.

3. Gelyck de Sonn’ het licht is vanden dag,
Soo oock dees Prins ons licht te wesen plag,
Die raet en daed hier by ons is geweest,
Is nu ontsielt, by Gode leeft zijn geest.

4. Als de Maraen ’s Lants vryheyt druckte seer,
Met moord en brand dat noch vervulde meer,
Heeft dese Prins daer tegen hem gekant,
End’ opgeset syn goet en bloet voor ’t Land.

5. Ghy vrome, d’wyl dat dit soo is geschiet
End’ dattet nu kan wesen anders niet:
Vertrout op God, door ’sPrincen spruyten haest
Sal Spanjen noch verwert staen en verbaest.

4. Een schoon en heerlick werck,
Doer zynen aerm seer sterck,
Heeft ghedaen God almachtigh:
Hy heeft die stoute quaet,
En hares herten raet,
Tot niet ghemaeckt seer crachtigh.

5. Die stout sijn in hooghmoet,
Vol van eer en van goet,
Heeft God neder ghedreven.
En die aerm sijn end clein,
Heeft sijn goetheit allein,
Seer heerlick nu verheven.

6. Die aerm sijn na den gheest,
Den welcken honghert meest,
Versaedt die Heer ghepresen:
Die rijck zijn, vol end groot,
Heeft hy ledigh en bloot
Van hem vry afghewesen.

7. Hy verheft Israel
Sijn Soon’, en ghedenckt wel
Aen sijn groote ghenade:
So hy heeft Abraham
En tvolck dat nae hem quam,
Toegheseyt vroegh en spade.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten