40 | Allez où le sort vous conduit

40 | Allez où le sort vous conduit

De naam van dit lied verwijst naar een courante, een snelle dans in driedelige maatsoort, gecomponeerd door Pierre Chabanceau de la Barre (1592-1656). Deze in de zeventiende en achttiende eeuw zeer populaire melodie werd vaak aangeduid met de naam van de componist: ‘Courante la Bare’.

Het lied ‘Helaas mijn zuchten zijn om niet’ werd geschreven op deze melodie en werd op zijn beurt zo bekend dat het als wijsaanduiding werd gebruikt, zoals voor ons liefdesliedje  uit de bundel Clioos Cytter (1669). De twee geliefden die we hier horen, zijn bekenden uit het Italiaanse epos La Gerusalemme liberata van Torquato Tasso. Zij is Armida, tovenares, en hij is Rinaldo, ridder.

Volgens de dichter ‘G.V.W.’ ofwel Geraerd van Wolschaten, boekdrukker en deken van de Antwerpse rederijkerskamer De Violier, heeft Rinaldo zijn geliefde na het boeten van ‘zijn minnelusten’ schandalig in de steek gelaten. Armida kan hem daarom wel vermoorden. Gelukkig brengen Cupido en Venus het stel weer bij elkaar.

geboedt botgevierd
loosheidt listigheid
verkeert verandert
onvertsaagt dapper
beemden velden
borst barstte
by Plutoos zielen naar de onderwereld
fiel schurk
geweer wapen
gemoedigt vastberaden
grieven verwonden
straks meteen
de Liefde Amor (of Cupido)
schalm schelm (t.w. Amor)
gink week
prangen knellen
my voldoet voldoet aan mijn wens
keurt kiest
strengelt vlecht
Die nooit op Mars en heeft gepast die nooit bang was om te vechten
vergunt schenkt [de druk leest ‘nergunt’]
Voor In plaats van
Cipria Venus
dees brant dit brandoffer
yver genegenheid
hem zich
Ey Ach!
dus zo
schoon hoewel
met loosheyt doortrapt
G.V.W. Geraerd van Wolschaten

Tekst uit: Clioos Cytter, slaande aardige gezangen, nieuwe wyzen, geestighe steekdichjes en brandende minnekusjes (Amsterdam: voor Baltus Boekholt, 1669), p.245. https://www.dbnl.org/arch/_cli001clio01_01/pag/_cli001clio01_01.pdf (pdf p. 232-236)

Melodie uit: Willem de Swaen, Den singende swaen, dat is den lof-sangh der heyligen, die als singende swaenen, de dood blygeestigh hebben ontfangen (Antwerpen, Arnout van Brakel, 1664), p. 111 http://objects.library.uu.nl/reader/index.php?obj=1874-36165 (pdf p. 120)

Bladmuziek

Tekst

3. Vol wraaklust, vat zy ’t moort-geweer,
Gemoedigt om zijn borst daer meê te grieven;
Maer straks de Liefde riep: ‘Ey lieve,
Ey lieve, spaar toch deze Jongen heer!’
De schalm verdreef haer wreede zin,
De felle Wraak gink voor de zoete Min,
Zy voelt haer hart en ziel door liefde prangen,
En spreekt: ‘Ik moet
U houden hier gevangen,
Tot je my voldoet’.

4. Terstont zoo keurt zy uyt ’t velt
Het frissche groen, met bloem en kruyt doormengelt,
’t Geen zy met taaye bieze strengelt,
En bint daer meê die kloeke Oorlogs-helt;
Die nooit op Mars en heeft gepast,
Raakt door een Vrouw in minne strikken vast,
Die hem vergunt, gevoelt in deze banden,
Voor straf genâ,
En zoekt met offerbranden
Gunst van Cipria.

5. De zoete Venus zag dees brant
Met yver aen, en daelde vrolijk neder,
Om dees gescheyde Liefjes weder
Op nieuws te hechten met een nieuwe bant.
Rinaldo onderwijl ontwaakt,
Voelt hem geboeit, en ’t hart door min geraakt.
Kust vriendelijk Armiedes mondt en wangen,
En smeekt en vleyt:
‘Ey houdt my dus gevangen
In der eeuwigheyt.’

Men ziet naa Mins genot, dat liefde neemt een keer; 
Doch anders blijckt het hier: want schoon Rinald Armiede, 
Na Mins volbragte lust, metloosheyt gink ontvliede, 
Houdt nochtans trouw beloft, en eert Armiede weêr.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten