10b | Ick schouw de Werelt aen

10b | Ick schouw de Werelt aen

Deze eenvoudige maar toch prachtige melodie is in de periode 1535-1750 niet minder dan 285 keer gebruikt voor nieuwe liederen, in liedboekjes en ook vaak in toneelstukken. De wijsaanduiding bij al die contrafacten varieert. Zo staat in Den nieuwen lust-hof uit 1604 boven dit lied van de dichter P.C. Hooft ‘Het was een Ionger helt. Ofte Mijn siel maeckt groot den Heer’. Dit laatste is de eerste regel van Maria’s Lofzang (lied 10a). In onze bron, P.C. Hoofts bundel Emblemata amatoria (1611), zien we staan ‘Op de wijse: Soo t begint’.

Dit kan betekenen dat Hoofts liedje dus al zoveel bekendheid genoot dat de oorspronkelijke wijsaanduiding niet meer nodig was en als het ware werd verdrongen door de eerste regel van Hoofts lied, ‘Ick schouw de Werelt aen’. We treffen het lied in Hoofts bundel aan te midden van allerlei liefdesliedjes over nimfen; daarnaast komt het ook voor in Hoofts treurspel Theseus en Ariadne, waar het wordt gezongen door de nimf Aegle, die treurt om het verlies van haar geliefde Theseus, die haar verlaten heeft. De tekst speelt met tegenstellingen, met name tussen de vrolijkheid van de natuur en de droefheid van de ik-figuur. Zangvogels, wufte nimfen en het geile vee genieten van de min, maar ‘ick’ ‘En kanse niet ghenieten’.

voert verjaagt
ben heel verkiert voel me totaal verloren
Die nl. de cruyden
haer zich
wysen aanwijzen
Bedijdt groeit
te deghen wat ik nodig heb
heb de loop van Satyrs over hoop mag aanloop hebben van een menigte satyrs
over hoop (de bron geeft over de hoop, dit past minder goed en ‘de’ wordt in vele bronnen weggelaten)
cruyst mishaagt
verkuyst met gediend van
plechtich naar gewoonte
leyde smartelijke

Tekst uit: [P.C. Hooft], Emblemata amatoria, Afbeeldinghen van Minne (Amsterdam: Willem Janszoon, 1611), p. 84-85 https://www.dbnl.org/arch/hoof001embl02_01/pag/hoof001embl02_01.pdf (pdf pp.84-85)
Melodie uit: Petrus Dathenus, Alle de Psalmen Dauids. Ende andere Lofsanghen wt den Fransoyschen dichte int Nederduytsch ouerghesett.De welcke men voortaen inde Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal. (z.pl. 1566), fol. Zvi r.-Zvij v., https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ (pdf pp.573 -575)

Luisteren

Bladmuziek

Tekst

3. De Son, nae d’oude sleur,
De doode cruyden deur
Zijn hitte doet verrysen.
Die doen haer open bly,
Maer wie can doch in my
Levendich leven wysen?

4. Het teder swacke gras
En ’t vrolijcke ghewas
Bedijdt by dauw en reghen;
Die ’t dorstich aerdrijck voedt,
Maer wat dat my ontmoet,
’T is nimmermeer te deghen.

5. Het wilt ghedierte springt,
’T ghevoghelt dertel singht,
De wufte Nymphen voeghen
Bebloemt haer aen den dans,
Maer kruyt noch roose krans
En kan mijn lust vernoeghen.

6. Een ander heb de loop
Van Satyrs over hoop,
Vervolcht aen allen zijen:
Dat luttel Nymphen cruyst,
Maer ick ben niet verkuyst
Met haer brooddroncken vryen.

7. Het geyle Vee nae lust
Zijn hongher plechtich blust,
Van steyle rootsen vlieten
De beecken Zeewaert in,
Maer ick draegh leyde Min,
En kanse niet ghenieten.

Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke bladerervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je onderaan de pagina klikt op "Accepteren", geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Bekijk hier ons cookie- en privacybeleid.

Sluiten